Nat, modderig en open. Slikranden, plas-dras, ondiepe poldersloten, overstroomde weilanden. Een beetje rommel mag: rafelige oevers en een brede, natte zoom zijn goud. In trek en winter ook graag een rustig meer of een waddige kwelder.
Dit is een echte modderprikker. Hij eet vooral insectenlarven, kleine kreeftjes, wormpjes en slakjes. Zo houdt hij het waterleven in balans én laat hij zien waar het nog krioelt van het kleine spul. Met genoeg steltlopers weet je: hier klopt iets.
Vooral tijdens trek: april–mei en juli–oktober. Een kleiner deel overwintert, vooral aan kust en grote wateren. Broeden doet hij hier niet.
Schaarse doortrekker, plaatselijk wintergast.Praktische tips Leg een plas-dras hoek aan (ook klein werkt). Laat waterpeil in voorjaar en nazomer wat hoger. Maai gefaseerd en laat een strook oevervegetatie staan. Maak oevers flauw, niet strak. Plant langs water inheemse soorten als wilg, els en veldzuring in de rand, maar houd het midden open. In landbouwgebied: kies voor kruidenrijke, natte randen en minder intensieve slootkanten. Rust helpt: honden aan de lijn langs modderplekken.
OH NEEEEE, hoe klinkt de Zwarte Ruiter dan?! We hebben nog geen goede opnames van deze vrolijke fluiter in onze database. weet jij het? Heb je hem wel eens gehoord? of heb je een goeie opname van deze soort, laat het ons weten en mail naar: [email protected]
We blijven deze tekst aanscherpen. Mis je iets of klopt er iets niet? Mail [email protected] en help mee. Dan strijken we samen de veren weer even goed.